ALGEMENE VOORWAARDEN PROMAX KOERIERSDIENSTEN EN SNELTRANSPORT

 

 

Uitleg gebruikte woorden

Wij gebruiken bepaalde woorden in de algemene voorwaarden. Hieronder leest u wat wij met een aantal van deze woorden bedoelen.

 

De ondernemer: Promax Koeriersdiensten en Sneltransport (hierna: Promax) die met de afnemer een overeenkomst aangaat of wil aangaan;

De afnemer: opdrachtgever, vervoerder, koerier of degene die met de ondernemer een overeenkomst aangaat of wil aangaan;

Overeenkomst: een overeenkomst tussen de ondernemer en de afnemer met betrekking tot vervoer over de weg.

 

  1. Toepasselijkheid

 

  • Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle vervoersovereenkomsten, offertes en werkzaamheden die Promax Koeriersdiensten en Sneltransport (hierna: Promax) afsluit met afnemers.
  • Op binnenlands vervoer over de weg zijn de Algemene Vervoercondities 2002 (AVC) en Algemene voorwaarden voor koeriersdiensten (AVK), steeds de meest actuele versie daarvan, van toepassing, tenzij tevoren uitdrukkelijk en schriftelijk anders overeengekomen.
  • Op Internationaal vervoer over de weg is het verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, in de door Nederland bekrachtigde versie (CMR) van toepassing.
  • Naast deze condities en verdragsbepalingen zijn de volgende voorwaarden aanvullend van toepassing.

 

  1. Overeenkomst
    • De ondernemer is gerechtigd bij of na het aangaan van de overeenkomst, van de afnemer zekerheid te eisen dat zowel aan verplichtingen (met inbegrip van betalingsverplichtingen) zal worden voldaan.
    • De ondernemer is bevoegd om voor een juiste uitvoering van de overeenkomst hulppersonen, vervoerders en koeriers in te schakelen.
    • Voor opzettelijke handelingen van hulppersonen is de ondernemer niet aansprakelijk.
    • Voor zover termijnen zijn overeengekomen waarbinnen de werkzaamheden dienen te worden verricht, zijn deze termijnen, tenzij uitdrukkelijk anders overeengekomen, indicatief, tenzij een wettelijke termijn geldt. Overschrijding van een termijn binnen redelijke grenzen, met uitzondering van een wettelijke termijn, zal nimmer een tekortkoming in de nakoming van de verplichting van de ondernemer opleveren en derhalve afnemer niet het recht geven op schadevergoeding en/of ontbinding van de overeenkomst.

 

  1. Annulering
    • De ondernemer is gerechtigd om wegens haar moverende redenen de opdracht te annuleren. De ondernemer is alsdan gehouden tijdig de afnemer gemotiveerd mee te delen om welke redenen de werkzaamheden geen doorgang kunnen vinden en is daarbij niet gehouden de door de annulering eventueel veroorzaakte schade te vergoeden.

 

  1. Betalingen
    • Facturering geschiedt periodiek. Betaling van gefactureerde bedragen zal geschieden binnen 30 dagen na factuurdatum.
    • Ingeval van niet tijdige betaling is men in gebreke en zal na het verstrijken van de betalingstermijn 1½% rente per maand of gedeelte daarvan verschuldigd zijn.

 

  1. Prijzen
    • Alle prijzen zijn exclusief BTW, en eventuele tol, veer- en pontgelden, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.
    • De ondernemer is gerechtigd om de tarieven jaarlijks met ingang van 1 januari van ieder jaar aan te passen.
    • Kosten ontstaan doordat de afnemer in gebreke is gebleven de uitvoering van de overeenkomst mogelijk te maken en/of in geval zich omstandigheden voordoen die toe te rekenen zijn aan de afnemer ten gevolgen waarvan door de ondernemer kosten zijn ontstaan bij de uitvoering van de overeenkomst, worden door de ondernemer in rekening gebracht of verrekend.

 

  1. Wijziging van omstandigheden
    • Indien er sprake is van wijziging van omstandigheden bij de afnemers, welke leiden tot een verhoging of verlaging van de kosten van de uitvoering van de opdracht of tot meerwerk, dan dient de daaruit voortvloeiende wijziging in de prijs en/of de wijze van uitvoering van de overeenkomst tussen partijen opnieuw schriftelijk te worden overeengekomen.

 

  1. Privacy beleid en geheimhouding
    • Om de overeengekomen overeenkomsten te kunnen nakomen verwerkt de ondernemer de (persoons)gegevens van de afnemer.
    • Wanneer de afnemer gebruik maakt van de diensten van de ondernemer dan verklaart de afnemer akkoord te gaan met de verwerking van haar persoonsgegevens.
    • Op de verwerking van persoonsgegevens is het Privacy-Beleid van de ondernemer van toepassing.
    • Alle partijen zijn behoudens de verplichtingen, die de wet op hen legt tot openbaarmaking van gegevens, verplicht tot geheimhouding tegenover een ieder, die niet bij de uitvoering van de opdracht betrokken is.
    • Partijen zijn niet gerechtigd de informatie, die hen in het kader van de overeenkomst ter beschikking is gesteld aan te wenden voor een ander doel dan waarvoor zij werd verkregen.

 

  1. Wijzigingen
    • Promax kan de algemene voorwaarden ten alle tijden éénzijdig wijzigen.
    • Wanneer de afnemer na wijziging van de algemene voorwaarden gebruik maakt van de diensten van de ondernemer verklaart de afnemer akkoord te gaan met de wijzigingen van de algemene voorwaarden alsook om deze te volgen.

 

  1. Clausule 
    • In het geval deze algemene voorwaarden en de vervoersovereenkomst onderling tegenstrijdige voorwaarden bevatten, prevaleren de in de overeenkomst van opdracht opgenomen voorwaarden. Uitsluitend in de overeenkomst kan worden afgeweken van deze algemene voorwaarden.

 

  1. Toepasselijk recht

 

10.1 Voor alle geschillen is bij uitsluiting bevoegd de Nederlandse Rechter met toepassing

van Nederlands Recht. Geen enkele rechter buiten Nederland is bevoegd.

 

 

 

 Algemene voorwaarden voor koeriersdiensten

 

 

Artikel 1

Definities

In deze voorwaarden wordt verstaan onder:

 

  1. AVC: Algemene Vervoercondities 2002 zoals laatstelijk vastgesteld door de Stichting vervoeradres engedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.
  2. CMR: Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (Genève 1956), zoals aangevuld door het protocol van 1978.
  3. Koerier: degene die zich jegens de afzender heeft verbonden zo spoedig mogelijk een zending te vervoeren en aan de geadresseerde af te leveren, waarbij het aflevertijdstip danwel de aflevertermijn waarop de zending in ieder geval moet worden afgeleverd, bij de opdracht wordt overeengekomen.
  4. Zending: een zaak danwel het geheel van zaken dat gelijktijdig vervoerd wordt en bestemd is voor één ontvanger.
  5. Afzender: de contractuele wederpartij van de koerier.
  6. Ontvanger: geadresseerde of (mede)bewoner danwel ondergeschikte werkzaam op het afleveradres aan wie de koerier de zending dient af te leveren.
  7. Overmacht: omstandigheden, voor zover een zorgvuldig koerier deze niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een koerier de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.

 

Artikel 2

Werkingssfeer

  1. Op binnenlandse koeriersdiensten zijn naast deze voorwaarden de AVC van toepassing voor zover daarvan in deze voorwaarden niet wordt afgeweken.
  2. Op grensoverschrijdende koeriersdiensten is van toepassing het CMR, alsmede de met het CMR niet strijdige bepalingen genoemd in lid 1 van dit artikel.

 

Artikel 3

Verplichtingen van de koerier

  1. De koerier is verplicht de overeengekomen zending op de overeengekomen plaats en tijd in ontvangst te nemen.
  2. Indien de koerier niet voldoet aan de in lid 1 genoemde verplichting heeft de afzender het recht, onverminderd zijn recht schadevergoeding te vorderen, de overeenkomst onmiddellijk op te zeggen.
  3. De koerier is verplicht de zending uiterlijk op het overeengekomen tijdstip dan wel binnen de overeengekomen termijn af te leveren aan de ontvanger.
  4. De artikelen 9 lid 3 en 13 lid 3 AVC inzake vertraging zijn niet van toepassing.

 

Artikel 4

Verplichting van de afzender

De afzender is verplicht ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de zending moeten worden vervuld, de nodige bescheiden bij de vrachtbrief te voegen en ter beschikking van de koerier te stellen en hem alle noodzakelijke inlichtingen te verschaffen.

 

Artikel 5

Aansprakelijkheid van de koerier

 

Zending beschadigd doch inhoud nog bruikbaar

  1. Indien de door de koerier ontvangen zending niet wordt afgeleverd in dezelfde staat als waarin hij de zending heeft ontvangen, doch de inhoud ervan nog wel kan worden aangewend voor het doel waarvoor het was bestemd, is de koerier, behoudens overmacht, verplicht de schade aan de zending zelve te vergoeden tot maximaal € 454 per zending.

 

Zending beschadigd en inhoud niet meer bruikbaar of zending manco

  1. Indien de door de koerier ontvangen zending niet ter bestemming wordt afgeleverd of niet wordt afgeleverd in dezelfde staat als waarin hij de zending heeft ontvangen, ten gevolge waarvan de inhoud van de zending niet meer kan worden aangewend voor het doel waarvoor het was bestemd, is de koerier, behoudens overmacht, verplicht de daardoor veroorzaakte schade met inachtneming van de volgende bedragen te vergoeden:
  2. voor de schade aan de zending zelve maximaal € 454 per zending;
  3. voor de schade wegens het niet meer aangewend kunnen worden van de zending voor het doel waarvoor het was bestemd, maximaal tweemaal de vracht. Tevens is de overeengekomen vracht niet verschuldigd. Reeds voldane vracht dient als onverschuldigd betaald te worden gerestitueerd.

 

Vertraging

  1. Indien de zending wordt afgeleverd na het verstrijken van het overeengekomen

tijdstip danwel na afloop van de overeengekomen termijn is, behoudens overmacht, de overeengekomen vracht niet verschuldigd. Reeds voldane vracht dient als onverschuldigd betaald te worden gerestitueerd. Indien de afzender en/of de geadresseerde ten gevolge daarvan schade, niet zijnde schade aan de zending, heeft geleden, is de koerier gehouden die schade te vergoeden tot een maximum van tweemaal de overeengekomen vracht. Indien de zending tevens beschadigd is, is de koerier behoudens overmacht bovendien aansprakelijk voor de schade aan de zending zelve tot maximaal € 454 per zending.

  1. De last, zijn schade te bewijzen, rust op de afzender en/of geadresseerde.
  2. Bij de toepassing van lid 3 van dit artikel komt de koerier een beroep op overmacht niet toe bij:
  3. lichamelijke en geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder van het voertuig
  4. de ondeugdelijkheid en ongeschiktheid van het voertuig en het materiaal waarvan de koerier zich bedient
  5. voorzienbare verkeerscongestie en/of verkeersdichtheid.
  6. Bij grensoverschrijdend vervoer is artikel 5 van deze voorwaarden niet van toepassing.

 

Artikel 6

Arbitrage

Alle geschillen die tussen partijen ontstaan met betrekking tot de onderhavige overeenkomst kunnen worden beslecht door middel van arbitrage overeenkomstig het Reglement van de Stichting Arbitrage voor Logistiek, gevestigd te ’s-Gravenhage.

 

 

 Algemene Vervoerscondities 2002

 

 

 

Artikel 1

Definities

In deze condities wordt verstaan onder:

  1. Vervoerovereenkomst: de overeenkomst waarbij de vervoerder zich jegens de afzender verbindt tot het vervoer van zaken over de weg.
  2. Afzender: de contractuele wederpartij van de vervoerder. Vermelding van een afzender op de vrachtbrief houdt niet zonder meer in dat de aldus genoemde de contractuele wederpartij van de vervoerder is.
  3. Geadresseerde: degene die uit hoofde van de vervoerovereenkomst jegens de vervoerder het recht heeft op aflevering van de zaken.
  4. De vrachtbrief: het document opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren waarvan een exemplaar (bewijs van ontvangst) bestemd is voor de afzender, een exemplaar (bewijs van aflevering) bestemd is voor de vervoerder en een exemplaar bestemd is voor de geadresseerde.
  5. Hulppersonen: ondergeschikten van de vervoerder alsmede personen van wier diensten de vervoerder ter uitvoering van de vervoerovereenkomst gebruik maakt.
  6. Overmacht: omstandigheden, voor zover een zorgvuldig vervoerder deze niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen.
  7. Vertragingsschade: vermogensschade ten gevolge van vertraagde aflevering van zaken.
  8. Schriftelijk: schriftelijk dan wel langs elektronische weg.
  9. BW: Burgerlijk Wetboek.
  10. CMR: het verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaalvervoer van goederen over de weg (Genève 1956), zoals aangevuld door het protocol van 1978.
  11. Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities: de Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities, laatste versie, gedeponeerd door Stichting vervoeradres ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.
  12. Algemene Opslagvoorwaarden: de Algemene Opslagvoorwaarden, laatste versie, gedeponeerd door Stichting vervoeradres ter griffie van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam en Rotterdam.

 

Artikel 2

Elektronische berichten

  1. Indien gegevens, waaronder die met betrekking tot de vrachtbrief, langs elektronische weg worden uitgewisseld, zullen partijen in geval van onderlinge geschillen de toelaatbaarheid van elektronische berichten als bewijsmiddel niet betwisten.
  2. Elektronische berichten hebben dezelfde bewijskracht als geschriften, tenzij deze berichten niet op het tussen partijen overeengekomen formaat en niveau van beveiliging alsmede niet op de overeengekomen wijze zijn verzonden, opgeslagen en geregistreerd.
  3. Een vrachtbrief elektronisch opgemaakt en elektronisch ondertekend via het TransFollow platform heeft dezelfde bewijskracht als de vrachtbrief bedoeld in artikel 1. De elektronische handtekening gezet via het TransFollow-platform geldt als voldoende betrouwbaar.

 

Artikel 3

Werkingssfeer

De Algemene Vervoercondities zijn van toepassing op de vervoerovereenkomst van zaken over de weg; indien de CMR van toepassing is, zijn de Algemene Vervoercondities aanvullend van toepassing.

 

Artikel 4

Verplichtingen van de afzender; opzegging van de vervoerovereenkomst

  1. De afzender is verplicht:
  2. de vervoerder omtrent de zaken alsmede omtrent de behandeling daarvan tijdig al die opgaven te doen, waartoe hij in staat is of behoort te zijn, en waarvan hij weet of behoort te weten, dat zij voor de vervoerder van belang zijn, tenzij hij mag aannemen dat de vervoerder deze gegevens kent;
  3. de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze en vergezeld van de volgens artikel 5 vereiste vrachtbrief en de door de wet van de zijde van de afzender overigens vereiste documenten ter beschikking van de vervoerder te stellen;
  4. elk te vervoeren collo duidelijk en doelmatig te adresseren en, indien hem zulks redelijkerwijs mogelijk is, de vereiste gegevens en adressen op of aan de colli of hun verpakking aan te brengen op zodanige wijze, dat zij in normale omstandigheden tot het einde van het vervoer leesbaar zullen blijven. De afzender kan met de vervoerder schriftelijk overeenkomen, dat de adressering van de colli wordt vervangen door een vermelding van cijfers, letters of andere symbolen;
  5. het gezamenlijk gewicht van de te vervoeren zaken op de vrachtbrief te vermelden;
  6. de overeengekomen zaken in of op het voertuig te laden, te stuwen en te doen lossen, tenzij partijen anders overeenkomen of uit de aard van het voorgenomen vervoer, in aanmerking genomen de te vervoeren zaken en het ter beschikking gestelde voertuig, anders voortvloeit.
  7. De afzender kan zich niet door een beroep op welke omstandigheid dan ook aan de in lid 1 onder a, b, c en d genoemde verplichtingen onttrekken en de afzender is verplicht de vervoerder de schade te vergoeden die door het niet nakomen van genoemde verplichtingen ontstaat.
  8. Onverminderd het in lid 2 bepaalde kan de vervoerder de overeenkomst zonder enige ingebrekestelling opzeggen, wanneer de afzender niet aan zijn in lid 1 onder a en b vermelde verplichtingen voldeed, doch dit slechts nadat hij de afzender schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en de afzender bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. Indien door het stellen van een dergelijke termijn de exploitatie van zijn bedrijf op onredelijke wijze zou worden verstoord, kan de vervoerder ook zonder het verlenen van genoemde termijn de overeenkomst opzeggen. De afzender kan, indien hij niet aan zijn in lid 1 onder b vermelde verplichting voldeed, eveneens de overeenkomst opzeggen. Opzegging geschiedt door een schriftelijke kennisgeving en de overeenkomst eindigt op het ogenblik van ontvangst daarvan. Na opzegging is de afzender 75% van de overeengekomen vracht aan de vervoerder verschuldigd zonder tot verdere schadevergoeding te zijn gehouden. Indien geen vracht is overeengekomen, geldt als zodanig de vracht volgens recht, respectievelijk gebruik, respectievelijk billijkheid.
  9. Eveneens kan de vervoerder de overeenkomst opzeggen, wanneer de belading en/of de stuwing gebrekkig is of wanneer er overbelading is, maar niet nadat de afzender in de gelegenheid is gesteld het gebrek of de overbelading ongedaan te maken. Indien de afzender weigert de gebrekkigheid van de belading en/ of de stuwing of overbelading ongedaan te maken kan de vervoerder de overeenkomst opzeggen dan wel zelf de gebrekkigheid en/of de overbelading ongedaan maken; in beide gevallen is de afzender verplicht de vervoerder een bedrag van € 500 te betalen, tenzij de vervoerder bewijst dat de daardoor geleden schade dit bedrag te boven gaat; lid 3 is niet van toepassing.
  10. De afzender moet aan de vervoerder de aan deze terzake van overbelading opgelegde boete vergoeden, tenzij de vervoerder tekort geschoten is in zijn ingevolge artikel 9 leden 1 en 5 op hem rustende verplichtingen of de vervoerder de vervoerovereenkomst niet heeft opgezegd op grond van het vorige lid, onverminderd diens beroep op kwade trouw van de afzender. Indien de afzender het bewijs kan overleggen van een beboeting voor overtreding van art. 2.6 lid 2 uit de Wet Wegvervoer Goederen, dan vervalt deze bepaling.
  11. Onverminderd de overige leden van dit artikel, moet de afzender aan de vervoerder de door deze geleden schade vergoeden voor zover deze het gevolg is van de omstandigheid, dat het vervoer van de zaken van hogerhand geheel of ten dele verboden of beperkt is of zal worden; deze aansprakelijkheid bestaat echter niet, indien de afzender bewijst dat dit verbod of deze beperking aan de vervoerder bekend was of redelijkerwijs kon zijn bij het aangaan van de vervoerovereenkomst.

 

Artikel 5

De vrachtbrief

  1. De afzender is verplicht bij de ter beschikkingstelling van zaken aan de vervoerder een vrachtbrief te overhandigen waarin vermeld staat dat deze Algemene Vervoercondities op de gesloten vervoerovereenkomst van toepassing zijn.
  2. De afzender is verplicht de vrachtbrief volgens de daarop voorkomende aanwijzingen volledig en naar waarheid in te vullen en hij staat op het ogenblik van de ter beschikkingstelling van de zaken in voor de juistheid en volledigheid van de door hem verstrekte gegevens.
  3. De vervoerder is verplicht zich als vervoerder op de hem door de afzender aangeboden vrachtbrief duidelijk kenbaar te maken en dit te ondertekenen en aan de afzender af te geven. Indien de vervoerder dit verlangt is de afzender verplicht de vrachtbrief te ondertekenen. De ondertekening kan worden gedrukt of door een stempel dan wel enig ander kenmerk van oorsprong worden vervangen.
  4. De vrachtbrief kan ook in de vorm van electronische berichten worden opgemaakt overeenkomstig het tussen partijen overeengekomen formaat en niveau van beveiliging alsmede overeenkomstig de tussen partijen overeengekomen wijze van verzenden, opslaan en registreren.

  

Artikel 6

Bewijskracht van de vrachtbrief

  1. De vervoerder is verplicht bij de inontvangstneming van de zaken de juistheid van de vermelding van het aantal zaken op de vrachtbrief alsmede de uiterlijk goede staat van de zaken en hun verpakking te controleren en in geval van afwijking daarvan aantekening te maken op de vrachtbrief. Deze verplichting bestaat niet wanneer naar het oordeel van de vervoerder het vervoer daardoor aanmerkelijk zou worden vertraagd.
  2. De vrachtbrief levert bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der vervoerovereenkomst en de partijen bij de vervoerovereenkomst, van de inontvangstneming van de zaken en hun verpakking in uiterlijk goede staat, van het gewicht en van het aantal zaken. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van vermeldingen bedoeld in het eerste lid te controleren, levert de vrachtbrief geen bewijs van die vermeldingen.

 

Artikel 7

Vrachtbetaling

  1. De afzender is verplicht op het ogenblik dat hij de vrachtbrief overhandigt, dan wel op het ogenblik dat de zaken door de vervoerder in ontvangst zijn genomen, de vracht en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen.
  2. Indien ongefrankeerde zending is overeengekomen, is de geadresseerde bij de aflevering van de zaken door de vervoerder verplicht de vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken drukkende kosten te voldoen; indien hij deze op eerste aanmaning niet voldeed, is de afzender hoofdelijk met hem tot betaling verplicht. Indien de afzender bij ongefrankeerde verzending op de vrachtbrief heeft vermeld, dat zonder betaling van de vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten niet mag worden afgeleverd, moet de vervoerder, indien geen betaling plaatsvindt, de afzender nadere instructies vragen die hij moet opvolgen, voor zover hem dit redelijkerwijs mogelijk is, tegen vergoeding van kosten, schade en eventueel betaling van een redelijke beloning, tenzij deze kosten door zijn schuld zijn ontstaan.
  3. De vervoerder is gerechtigd om buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten ter incasso van de vracht en andere bedragen, zoals genoemd in leden 1 en 2, aan degene die gehouden is tot betaling van de vracht en andere kosten, in rekening te brengen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd vanaf het moment dat de debiteur in verzuim is. De buitengerechtelijke incassokosten worden berekend aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (Staatsblad 2012/141) of de laatste versie van dat Besluit.
  4. De vracht, het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde en verdere op de zaken rustende kosten zijn ook verschuldigd indien de zaken niet, slechts ten dele, beschadigd of met vertraging ter bestemming worden afgeleverd.
  5. Beroep op verrekening van vorderingen tot betaling van vracht, van het uit anderen hoofde terzake van het vervoer verschuldigde of van verdere op de zaken drukkende kosten met vorderingen uit anderen hoofde is

niet toegestaan.

  1. Indien de afzender niet aan zijn in het onderhavige artikel genoemde verplichtingen heeft voldaan, is de vervoerder bevoegd het vertrek van het vervoermiddel op te schorten en alsdan wordt de hierdoor voor hem ontstane schade als op de zaken drukkende kosten aangemerkt.

 

Artikel 8

Instructies van de afzender

  1. De afzender is bevoegd de plaats van terbeschikkingstelling van de zaken te wijzigen, zichzelf of een ander als geadresseerde aan te wijzen, een gegeven aanduiding van de geadresseerde te wijzigen dan wel orders omtrent de aflevering te geven of de plaats van aflevering te wijzigen, mits deze instructies de normale bedrijfsvoering van de vervoerder niet beletten. Instructies betreffende niet-aflevering die de persoon die deze moet uitvoeren, tijdig bereiken, moeten echter steeds worden uitgevoerd.
  2. Instructies kunnen worden gegeven ook nadat de vervoerder de zaken in ontvangst heeft genomen.
  3. De afzender is verplicht de vervoerder de door het opvolgen van de instructies veroorzaakte schade en gemaakte kosten te vergoeden. Wanneer het voertuig ten gevolge van de gegeven instructies naar een niet eerder overeengekomen plaats is gereden, is de afzender verplicht, behalve vergoeding van geleden schade en gemaakte kosten, ook terzake een redelijke vergoeding te voldoen.
  4. Het recht tot het geven van instructies vervalt naarmate de geadresseerde op de losplaats de zaken aanneemt of de geadresseerde van de vervoerder schadevergoeding verlangt omdat deze de zaken niet aflevert.

 

Artikel 9

Verplichtingen van de vervoerder

  1. De vervoerder is verplicht de overeengekomen zaken op de overeengekomen plaats, tijd en wijze in ontvangst te nemen alsmede het laadvermogen van het voertuig aan de afzender mee te delen, tenzij aannemelijk is dat de afzender daarvan op de hoogte is.
  2. De vervoerder is verplicht ten vervoer ontvangen zaken ter bestemming af te leveren in de staat waarin hij deze heeft ontvangen.
  3. De vervoerder is verplicht de ten vervoer ontvangen zaken binnen een redelijke termijn ter bestemming af te leveren; indien een termijn van aflevering schriftelijk is overeengekomen dient binnen deze termijn afgeleverd te worden.
  4. Indien de vervoerder aan de verplichting genoemd in lid 1 niet voldoet, kunnen beide partijen de

overeenkomst met betrekking tot de zaken die de vervoerder niet in ontvangst heeft genomen, opzeggen. De afzender kan dit echter slechts doen nadat hij de vervoerder schriftelijk een uiterste termijn heeft gesteld en de vervoerder bij afloop daarvan nog niet aan zijn verplichting heeft voldaan. De opzegging geschiedt door een schriftelijke mededeling aan de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling wordt ontvangen.

Na opzegging is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade te vergoeden die deze door de opzegging heeft geleden. Deze schadevergoeding beloopt echter niet meer dan tweemaal de vracht en de afzender is een vracht verschuldigd.

  1. De vervoerder is verplicht de door of namens de afzender verrichte belading, stuwing en eventuele overbelading te controleren indien en voorzover de omstandigheden zulks toelaten. Indien hij van oordeel is dat de belading of stuwing gebrekkig is, is hij verplicht, onverminderd het in artikel 4 lid 4 bepaalde, dit op de vrachtbrief aan te tekenen. Indien hij niet in staat of in de gelegenheid is aan zijn controleplicht te voldoen, kan hij daarvan aantekening maken op de vrachtbrief.
  2. Indien aflevering aan huis is overeengekomen, moet de vervoerder de zaken bezorgen aan de deur van het adres, dat op de vrachtbrief is vermeld of aan de deur van een adres, dat hem in plaats daarvan – met inachtneming van artikel 8 – tijdig door de afzender is opgegeven. Wanneer het adres niet via een verharde rijweg of anderszins redelijkerwijs bereikbaar is, moet afgeleverd worden op een plaats, die zo dicht mogelijk bij het oorspronkelijk opgegeven adres ligt.

 

Artikel 10

Aansprakelijkheid van de vervoerder

  1. De vervoerder is, behoudens overmacht, aansprakelijk voor schade aan of verlies van de zaken en voor vertragingsschade voor zover de vervoerder de in artikel 9 leden 2 en 3 genoemde verplichtingen niet is nagekomen.
  2. De vervoerder is voor de gedragingen van zijn hulppersonen op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk.
  3. De vervoerder kan niet om zich van zijn aansprakelijkheid te ontheffen beroep doen op de gebrekkigheid van het voertuig of van het materiaal waarvan hij zich bedient, tenzij dit laatste door de afzender, de geadresseerde of de ontvanger te zijner beschikking is gesteld. Onder materiaal wordt niet begrepen een schip of spoorwagon, waarop het voertuig zich bevindt.

 

Artikel 11

Bijzondere risico’s

Onverminderd artikel 10 is de vervoerder, die de op hem uit hoofde van de artikel 9 leden 2 en 3 rustende verplichtingen niet nakwam, desalniettemin voor de daardoor ontstane schade niet aansprakelijk, voor zover dit niet nakomen het gevolg is van de bijzondere risico’s verbonden aan een of meer van de volgende omstandigheden:

  1. het vervoer van de zaken in een onoverdekt voertuig, wanneer dit uitdrukkelijk is overeengekomen en op de vrachtbrief is vermeld;
  2. ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking van de zaken die gelet op hun aard of de wijze van vervoer voldoende verpakt hadden moeten zijn;
  3. behandeling, lading, stuwing of lossing van de zaken door de afzender, de geadresseerde of personen, die voor rekening van de afzender of de geadresseerde handelen;
  4. de aard van bepaalde zaken zelf, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging, in het bijzonder door ontvlamming, ontploffing, smelting, breuk, corrosie, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies of optreden van ongedierte of knaagdieren;
  5. hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, doch slechts indien niet is overeengekomen dat het vervoer zal plaatsvinden met een voertuig speciaal ingericht om de zaken aan invloed daarvan te onttrekken;
  6. onvolledigheid of gebrekkigheid van de adressering, cijfers, letters of merken der colli;
  7. het feit dat het vervoer een levend dier betreft.

 

Artikel 12

Vermoeden van aansprakelijkheid bevrijdende omstandigheden

  1. Wanneer de vervoerder bewijst dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 9 leden 2 en 3 rustende verplichtingen een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer der in artikel 11 genoemde bijzondere risico’s, wordt vermoed, dat het niet nakomen daaruit voortvloeit. Degene, die jegens de vervoerder recht heeft op de zaken, kan evenwel bewijzen, dat dit niet nakomen geheel of gedeeltelijk niet door een van deze risico’s is veroorzaakt.
  2. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 11 onder a genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort voordoet dan wel een ongewoon groot verlies van colli.
  3. Indien in overeenstemming met het door partijen overeengekomene het vervoer plaatsvindt door middel van een voertuig, speciaal ingericht om de zaken te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder ter ontheffing van zijn aansprakelijkheid ten gevolge van deze invloed slechts een beroep doen op artikel 11 onder d, indien hij bewijst, dat alle maatregelen waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid.
  4. De vervoerder kan slechts beroep doen op artikel 11 onder g, indien hij bewijst dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies bedoeld in het vijfde lid.
  5. De bijzondere instructies, bedoeld in het derde en het vierde lid van dit artikel, moeten aan de vervoerder vóór de aanvang van het vervoer zijn gegeven, hij moet deze uitdrukkelijk hebben aanvaard en zij moeten, indien voor dit vervoer een vrachtbrief is afgegeven, daarop zijn vermeld. De enkele vermelding op de vrachtbrief levert te dezer zake geen bewijs op.

 

Artikel 13

Schadevergoeding

  1. De schadevergoeding die de vervoerder wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 9 lid 2 rustende verplichting is verschuldigd, is beperkt tot een bedrag van € 3,40 per kilogram; voor andere schade dan schade ten gevolge van verlies van of schade aan de zaken, zoals gevolgschade, bedrijfsstilstand of immateriële schade, is de vervoerder uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet aansprakelijk.
  2. Het aantal kilogrammen waarvan ter berekening van het in lid 1 genoemde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of niet afgeleverde zaak.
  3. Indien de vervoerder aansprakelijk is doordat hij niet afleverde binnen de redelijke termijn als genoemd in artikel 9 lid 3, is de vertragingsschade beperkt tot eenmaal de vracht; indien de termijn, genoemd in artikel 9 lid 3, schriftelijk is overeengekomen, is de vertragingsschade beperkt tot tweemaal de vracht.
  4. Expertisekosten, beredderingskosten en andere kosten die zijn gemaakt om de waarde van de beschadigde of verloren gegane dan wel met vertraging afgeleverde zaken vast te stellen en te realiseren, worden aangemerkt als een waardevermindering van die zaak.
  5. Indien de vervoerder aansprakelijk is omdat hij een verplichting die op hem rust uit hoofde van de artikelen 8:1115 lid 2 en 8:1118 lid 3 BW dan wel van de artikelen 6 lid 1, 19 lid 4, 21 of 25 van deze condities, niet nakwam, zal een door hem terzake verschuldigde schadevergoeding niet meer bedragen dan wat hij in geval van totaal verlies der betrokken zaken verschuldigd zou kunnen zijn.

 

Artikel 14

Opzet en bewuste roekeloosheid

Een handeling of een nalaten van wie ook, behalve van de vervoerder zelf, geschied hetzij met het opzet de schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat die schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, ontneemt de vervoerder niet het recht zich op enige uitsluiting of beperking van zijn aansprakelijkheid te beroepen.

 

Artikel 15

Kennisgeving van de schade

  1. Indien de zaken met uiterlijk zichtbare schade of verlies door de vervoerder worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde bij of dadelijk na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder geacht de zaken in dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij deze heeft ontvangen.
  2. Indien de schade of het verlies niet uiterlijk waarneembaar is en de geadresseerde niet binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin de algemene aard van de schade of het verlies is aangegeven, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, wordt de vervoerder eveneens geacht de zakenin dezelfde staat te hebben afgeleverd als waarin hij deze heeft ontvangen.
  3. Indien de zaken niet binnen een redelijke of overeengekomen termijn worden afgeleverd zonder dat de geadresseerde binnen één week na aanneming van de zaken een schriftelijk voorbehoud, waarin is aangegeven dat de zaken niet binnen die termijn zijn afgeleverd, ter kennis van de vervoerder heeft gebracht,wordt de vervoerder geacht de zaken binnen die termijn te hebben afgeleverd.

 

Artikel 16

Vorderingsrecht

Zowel de afzender als de geadresseerde heeft jegens de vervoerder het recht aflevering van zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen.

 

Artikel 17

Rembours

  1. Partijen kunnen overeenkomen, dat de zaken met een rembours zullen worden belast, dat echter niet hoger zal zijn dan de factuurwaarde der zaken. In dat geval mag de vervoerder de zaken slechts afleveren tegen voorafgaande betaling van het rembours in contant geld, tenzij de afzender de vervoerder heeft gemachtigd een andere wijze van betaling te accepteren.
  2. Indien na kennisgeving van aankomst blijkt dat de geadresseerde het rembours niet overeenkomstig de door de afzender aan de vervoerder voorgeschreven betalingswijze voldoet, moet de vervoerder aan de afzender nadere instructies vragen. De kosten die samenhangen met het verzoek om instructies zijn voor rekening van de afzender. De vervoerder moet de hem gegeven instructies opvolgen, voorzover hem dit redelijkerwijze mogelijk is, tegen vergoeding van kosten en eventueel betaling van een redelijke beloning, tenzij deze kosten door zijn schuld zijn ontstaan. Indien de afzender instructies geeft, die inhouden, dat er in afwijking van eerder gegeven betalingsinstructies door de vervoerder moet worden afgeleverd, moeten deze schriftelijk aan de vervoerder worden gegeven. Bij gebreke van instructies is het bepaalde in artikel 21 overeenkomstig van toepassing.
  3. De vervoerder is verplicht, nadat een zending onder rembours is afgeleverd en de gelden aan hem zijn afgedragen, de desbetreffende remboursgelden onverwijld doch in ieder geval binnen twee weken aan de afzender af te dragen dan wel op diens bank- of girorekening over te doen schrijven.
  4. De in lid 3 genoemde termijn van twee weken vangt aan op de dag, waarop de zaken zijn afgeleverd.
  5. De geadresseerde, die ten tijde van de aflevering weet dat een bedrag als rembours op de zaken drukt, is verplicht aan de vervoerder het door deze aan de afzender verschuldigde bedrag te voldoen.
  6. Indien de zaken zonder voorafgaande inning van het rembours zijn afgeleverd, is de vervoerder verplicht aan de afzender de schade ten hoogste tot het bedrag van het rembours te vergoeden, tenzij hij bewijst dat er geen schuld van hem of van zijn ondergeschikten aanwezig was. Deze verplichting laat zijn recht op verhaal tegen de geadresseerde onverlet.
  7. Verschuldigde remboursprovisie komt ten laste van de afzender.
  8. Alle vorderingen tegen de vervoerder uit hoofde van een remboursbeding verjaren door verloop van een jaar, te rekenen met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de zaken werden afgeleverd of hadden moeten zijn afgeleverd.

 

Artikel 18

Voorbehouden van de vervoerder

De vervoerder behoudt onder de toepassing van deze condities zich het recht voor:

  1. de zaken in of door middel van die vervoermiddelen te vervoeren, welke hem dienstig zullen voorkomen en de zaken zonodig te bewaren in zodanige vervoermiddelen, bergruimten of opslagplaatsen, als hij zal goedvinden, onverschillig of deze vervoermiddelen, bergruimten of opslagplaatsen aan de vervoerder of aan derden toebehoren;
  2. de te volgen route vrijelijk te bepalen, mitsdien ook van de gebruikelijke route af te wijken. Hij is tevens gerechtigd die plaatsen aan te doen, waarvan hij dit voor de uitoefening van zijn bedrijf wenselijk acht.

 

Artikel 19

Verhindering na inontvangstneming

  1. Wanneer na het in ontvangst nemen van de zaken door de vervoerder het vervoer redelijkerwijs niet of niet binnen redelijke tijd kan worden aangevangen, voortgezet of voltooid, is de vervoerder verplicht zulks aan de afzender mede te delen. Vervoerder en afzender hebben alsdan de bevoegdheid de overeenkomst op te zeggen.
  2. De opzegging geschiedt door een schriftelijke mededeling aan de wederpartij en de overeenkomst eindigt op het ogenblik, waarop deze mededeling wordt ontvangen.
  3. De vervoerder is niet verplicht voor het verdere vervoer naar de bestemmingsplaatszorg te dragen en is bevoegd de zaken te lossen en op te slaan op een daartoe geschikte plaats; de afzender is bevoegd de zaken tot zich te nemen. De in verband met de opzegging met betrekking tot de zaken gemaakte kosten komen, onder voorbehoud van lid 4, ten laste van de afzender.
  4. Behoudens overmacht is de vervoerder verplicht de afzender de schade te vergoeden, die deze door de opzegging van de overeenkomst heeft geleden.

 

Artikel 20

Stapelvervoer; doorvervoer

  1. Wanneer een deel van het vervoer, al dan niet na overlading van de zaken, geschiedt over de binnenwateren, wordt voor dat deel de aansprakelijkheid van de vervoerder bepaald door de artikelen 9 en 13 van de Algemene Veerboot- en Beurtvaartcondities.
  2. Wanneer de vervoerder zich, na aflevering van de door hem vervoerde zaken, verbindt tot het verder doen vervoeren van die zaken, handelt hij daarbij in hoedanigheid van expediteur en is zijn aansprakelijkheid in die hoedanigheid beperkt tot € 3,40 per kilogram van de beschadigde of verloren zaken; verdere schadevergoeding voor welke schade dan ook is niet verschuldigd.

 

Artikel 21

Opslag in geval van niet opkomen van de geadresseerde

  1. Indien de geadresseerde na kennisgeving van aankomst van de zaken niet opkomt, indien hij het in ontvangst nemen van de zaken niet aanvangt, indien hij dit niet regelmatig en met bekwame spoed voortzet, indien hij weigert de zaken aan te nemen of voor ontvangst te tekenen, kunnen de zaken door de vervoerder voor rekening en gevaar van de afzender op de door de vervoerder met inachtneming van redelijke zorg te bepalen wijze en plaats worden opgeslagen – zo nodig ook in het vervoermiddel, waarin zij werden vervoerd – of gestald; de vervoerder is verplicht de afzender op de hoogte te stellen.
  2. De vervoerder kan met inachtneming van lid 1 ook tot opslag of stalling overgaan, indien het stellen van zekerheid als in artikel 23 lid 5 bedoeld, wordt geweigerd, of indien geschil ontstaat omtrent het bedrag of de aard van de te stellen zekerheid.
  3. Behalve in geval van beslag kunnen de zaken, na verloop van één week na de aangetekende verzending van een schriftelijke kennisgeving van de voorgenomen verkoop aan de afzender, door de vervoerder voor rekening van de afzender publiekelijk of onderhands worden verkocht zonder dat enige rechterlijke machtiging is vereist.
  4. De verkoop kan geschieden zonder inachtneming van enige termijn en zonder voorafgaande kennisgeving, indien de zaken aan bederf onderhevig zijn of indien bewaring schadelijk zou kunnen zijn of schade of gevaar voor de omgeving zou kunnen opleveren. Wanneer geen voorafgaande kennisgeving plaatsvond, is de vervoerder verplicht na de verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.
  5. Ten aanzien van levende have bedraagt de in lid 3 bedoelde termijn drie dagen met dien verstande dat de vervoerder zonder inachtneming van enige termijn en zonder voorafgaande kennisgeving tot verkoop mag overgaan indien de toestand van de levende have zulks gewenst doet zijn. Wanneer geen voorafgaande kennisgeving plaatsvond, is de vervoerder verplicht na de verkoop daarvan kennis te geven aan de afzender.
  6. De vervoerder houdt de opbrengst van de verkochte zaken, na aftrek van het bedrag van een eventueel rembours en een aan de vervoerder in verband daarmee toekomende commissie en van al hetgeen dat terzake van het verkochte aan de vervoerder toekomt, zowel voor vracht als voor kosten van opslag of stalling als voor andere kosten en schaden, gedurende zes maanden na de aanneming van de zaken ten vervoer ter beschikking van de afzender, na verloop van welke termijn hij het ter beschikking gehouden bedrag onder gerechtelijke bewaring zal stellen.

 

Artikel 22

Opslag voor, tijdens en na het vervoer

Wanneer afzender en vervoerder overeenkomen dat de vervoerder voorafgaand aan of tijdens het overeengekomen vervoer dan wel na afloop van het vervoer de zaken in opslag zal nemen, geschiedt deze opslag onder toepasselijkheid van de Algemene Opslagvoorwaarden. Afzender en vervoerder worden dienovereenkomstig aangemerkt als bewaargever respectievelijk bewaarnemer.

 

Artikel 23

Retentierecht

  1. De vervoerder heeft jegens ieder, die daarvan afgifte verlangt, een retentierecht op zaken en documenten, die hij in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft. Dit recht komt hem niet toe indien hij op het tijdstip dat hij de zaken ten vervoer ontving, reden had te twijfelen aan de bevoegdheid van de afzender de zaken ten vervoer ter beschikking te stellen.
  2. Het retentierecht heeft mede betrekking op hetgeen bij wijze van rembours op de zaken drukt alsmede op de hem in verband met het rembours toekomende provisie, waarvoor hij geen zekerheid behoeft te aanvaarden.
  3. Tegenover de afzender kan de vervoerder het retentierecht eveneens uitoefenen voor hetgeen hem nog verschuldigd is in verband met voorgaande vervoerovereenkomsten.
  4. Tegenover de geadresseerde, die in die hoedanigheid tot voorgaande vervoerovereenkomsten toetrad, kan de vervoerder het retentierecht eveneens uitoefenen voor hetgeen hem nog verschuldigd is in verband met die overeenkomsten.
  5. Indien bij de afrekening geschil ontstaat over het verschuldigde bedrag of ter bepaling daarvan een niet spoedig uit te voeren berekening nodig is, is hij die aflevering vordert, verplicht het gedeelte over welks verschuldigdheid partijen het eens zijn, terstond te voldoen en voor de betaling van het door hem betwiste gedeelte of van het gedeelte, waarvan het bedrag nog niet vaststaat, zekerheid te stellen.

 

Artikel 24

Pandrecht

  1. Alle zaken, documenten en gelden, die de vervoerder in verband met de vervoerovereenkomst onder zich heeft, strekken hem tot pand voor alle vorderingen, die hij ten laste van de afzender heeft.
  2. Behoudens in de gevallen waarin de afzender in staat van faillissement verkeert, hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, heeft de vervoerder nimmer het recht de verpande zaken te verkopen zonder toestemming van de rechter overeenkomstig art. 3:248 lid 2 BW.

 

Artikel 25

Verloren zaken

Indien zaken niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na de dag, waarop zij ten vervoer werden aangenomen en het onbekend is waar zij zich bevinden worden zij als verloren aangemerkt.

Indien binnen één jaar nadat de vervoerder aan degene, die jegens hem recht op aflevering van zaken heeft, schadevergoeding heeft uitgekeerd terzake van het niet afleveren van deze zaken, deze zaken of enige daarvan alsnog onder de vervoerder blijken te zijn (gekomen), is de vervoerder verplicht de afzender of de geadresseerde, die jegens hem daartoe schriftelijk het verlangen uitte, van deze omstandigheid schriftelijk op de hoogte te stellen en heeft de afzender respectievelijk de geadresseerde gedurende dertig dagen na ontvangst van deze

mededeling het recht tegen verrekening van de door hem ontvangen schadevergoeding alsnog aflevering van deze zaken te verlangen. Hetzelfde geldt, indien de vervoerder terzake van het niet afleveren geen schadevergoeding heeft uitgekeerd, met dien verstande dat de termijn van één jaar begint met de aanvang van de dag volgende op die, waarop de zaken hadden moeten zijn

afgeleverd. Wanneer de afzender respectievelijk de geadresseerde van zijn recht geen gebruik maakt, geldt het in artikel 21 bepaalde.

 

Artikel 26

Vrijwaring; Himalaya-clausule

  1. De afzender, die niet voldeed aan enige verplichting die de wet of deze condities hem opleggen, is verplicht de vervoerder te vrijwaren voor alle schade, die deze tengevolge van het niet nakomen van die verplichting mocht lijden, wanneer deze terzake van het vervoer van de zaken door een derde wordt aangesproken.
  2. Wanneer hulppersonen van de vervoerder terzake van het vervoer van de zaken worden aangesproken, kunnen deze personen een beroep doen op iedere beperking en/of ontheffing van aansprakelijkheid, waarop uit hoofde van deze condities of van enige andere wettelijke of contractuele bepaling de vervoerder een beroep kan doen.

 

Artikel 27

Vertragingsrente

Partijen zijn over een door hen verschuldigd bedrag wettelijke rente verschuldigd op voet van art.

6:119 BW.

 

Artikel 28

Verjaring

  1. Alle op de vervoerovereenkomst gegronde of met die overeenkomst verband houdende rechtsvorderingen verjaren door verloop van een jaar.
  2. Voorzover een vervoerder verhaal zoekt op een persoon van wiens diensten de vervoerder ter uitvoering van de vervoerovereenkomst gebruik heeft gemaakt voor hetgeen door hem aan de afzender of de geadresseerde is verschuldigd, begint vanaf het moment als bepaald in art. 8:1720 lid 1 BW, een nieuwe termijn van verjaring welke termijn drie maanden beloopt.

 

Artikel 29

Forumkeuze; rechtskeuze

  1. Alle geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met een overeenkomst voor binnenlands vervoer over de weg tussen partijen die in Nederland hun woonplaats hebben zullen uitsluitend worden beslecht door de bevoegde rechter te Rotterdam, tenzij partijen schriftelijk anders zijn overeengekomen.
  2. Op alle rechtsverhoudingen voortvloeiende uit of verband houdende met de vervoerovereenkomst is Nederlands recht van toepassing.

 

 

 

 

Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR)

 

 

Preambule

De Verdragsluitende Partijen, Erkend hebbende het nut om de voorwaarden van de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg, in het bijzonder voor wat betreft de voor dit vervoer te gebruiken documenten en de aansprakelijkheid van de vervoerder, op eenvormige wijze te regelen, zijn overeengekomen als volgt:

 

Hoofdstuk I

Toepasselijkheid

 

Artikel 1

  1. Dit Verdrag is van toepassing op iedere overeenkomst onder bezwarende titel voor het vervoer van goederen over de weg door middel van voertuigen, wanneer de plaats van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering, zoals deze zijn aangegeven in de overeenkomst, gelegen zijn in twee verschillende landen, waarvan tenminste één een bij het Verdrag partij zijnde land is, ongeacht de woonplaats en de nationaliteit van partijen.
  2. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder “voertuigen” verstaan: de motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949.
  3. Dit Verdrag is eveneens van toepassing, indien het vervoer, dat binnen zijn werkingssfeer valt, wordt bewerkstelligd door Staten of door Regerings-instellingen of -organisaties.
  4. Dit Verdrag is niet van toepassing:
  5. op vervoer, bewerkstelligd overeenkomstig internationale postovereenkomsten,
  6. op vervoer van lijken,
  7. op verhuizingen.
  8. De Verdragsluitende Partijen komen overeen, dat dit Verdrag niet door bijzondere overeenkomsten, gesloten tussen twee of meer van haar, zal worden gewijzigd, tenzij om aan de werking daarvan haar grensverkeer te onttrekken of om voor vervoer, dat uitsluitend over haar grondgebied plaats heeft, het gebruik van een der goederen vertegenwoordigende vrachtbrief toe te staan.

 

Artikel 2

  1. Wanneer het voertuig, waarin de goederen zich bevinden, over een gedeelte van het traject wordt vervoerd over zee, per spoor, over de binnenwateren of door de lucht, zonder dat de goederen – behoudens ter toepassing van de bepalingen van artikel 14 – uit dat voertuig worden uitgeladen, blijft dit Verdrag niettemin van toepassing op het gehele vervoer. Voorzover evenwel wordt bewezen dat verlies, beschadiging of vertraging in de aflevering van de goederen, ontstaan tijdens het vervoer op andere wijze dan over de weg, niet is veroorzaakt door een daad of nalatigheid van de wegvervoerder en voortspruit uit een feit, dat zich alleen heeft kunnen voordoen tijdens en tengevolge van het vervoer anders dan over de weg, wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder niet bepaald door dit Verdrag, maar op de wijze waarop de aansprakelijkheid van de niet-wegvervoerder zou zijn bepaald, zo een vervoerovereenkomst tussen de afzender en de niet-wegvervoerder tot vervoer van de goederen alleen zou zijn afgesloten overeenkomstig de wettelijke bepalingen van dwingend recht betreffende het vervoer van goederen op die andere wijze. Bij gebreke van dergelijke bepalingen wordt de aansprakelijkheid van de wegvervoerder echter bepaald door dit Verdrag.
  2. Indien de wegvervoerder zelf het gedeelte van het vervoer dat niet over de weg plaatsvindt bewerkstelligt, wordt zijn aansprakelijkheid eveneens bepaald volgens het eerste lid, als werden zijn hoedanigheden van wegvervoerder en niet-wegvervoerder uitgeoefend door twee verschillende personen.

 

Hoofdstuk II

Personen voor wie de vervoerder aansprakelijk is

 

Artikel 3

Voor de toepassing van dit Verdrag is de vervoerder, als ware het voor zijn eigen daden en nalatigheden, aansprakelijk voor de daden en nalatigheden van zijn ondergeschikten en van alle andere personen, van wie hij zich voor de bewerkstelliging van het vervoer bedient, wanneer deze ondergeschikten of deze personen handelen in de uitoefening van hun werkzaamheden.

 

Hoofdstuk III

Sluiting en uitvoering van de vervoerovereenkomst

 

Artikel 4

De vervoerovereenkomst wordt vastgelegd in een vrachtbrief. De afwezigheid, de onregelmatigheid of het verlies van de vrachtbrief tast noch het bestaan noch de geldigheid aan van de vervoerovereenkomst, die onderworpen blijft aan de bepalingen van dit Verdrag.

 

Artikel 5

  1. De vrachtbrief wordt opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren, ondertekend door de afzender en de vervoerder. Deze ondertekening kan worden gedrukt of vervangen door de stempels van de afzender en de vervoerder, indien de wetgeving van het land, waar de vrachtbrief wordt opgemaakt, zulks toelaat. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan de afzender, het tweede begeleidt de goederen en het derde wordt door de vervoerder behouden.
  2. Wanneer de te vervoeren goederen moeten worden geladen in verschillende voertuigen of wanneer het verschillende soorten goederen of afzonderlijke partijen betreft, heeft de afzender of de vervoerder het recht om te eisen, dat er evenzoveel vrachtbrieven worden opgemaakt als er voertuigen moeten worden gebruikt of als er soorten of partijen goederen zijn.

 

Artikel 6

  1. De vrachtbrief moet de volgende aanduidingen bevatten:
  2. de plaats en de datum van het opmaken daarvan;
  3. de naam en het adres van de afzender;
  4. de naam en het adres van de vervoerder;
  5. de plaats en de datum van inontvangstneming der goederen en de plaats bestemd voor de aflevering der goederen;
  6. de naam en het adres van de geadresseerde;
  7. de gebruikelijke aanduiding van de aard der goederen en de wijze van verpakking en, voor gevaarlijke goederen, hun algemeen erkende benaming;
  8. het aantal colli, hun bijzondere merken en hun nummers;
  9. het bruto-gewicht of de op andere wijze aangegeven hoeveelheid van de goederen;
  10. de op het vervoer betrekking hebbende kosten (vrachtprijs, bijkomende kosten, douanerechten en andere vanaf de sluiting van de overeenkomst tot aan de aflevering opkomende kosten);
  11. de voor het vervullen van douane- en andere formaliteiten nodige instructies;
  12. de aanduiding, dat het vervoer, ongeacht enig tegenstrijdig beding, is onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag.
  13. Als het geval zich voordoet, moet de vrachtbrief nog de volgende aanduidingen bevatten:
  14. het verbod van overlading;
  15. de kosten, welke de afzender voor zijn rekening neemt;
  16. het bedrag van het bij de aflevering van de goederen te innen remboursement;
  17. de gedeclareerde waarde der goederen en het bedrag van het bijzonder belang bij de aflevering;
  18. de instructies van de afzender aan de vervoerder voor wat betreft de verzekering der goederen;
  19. de overeengekomen termijn, binnen welke het vervoer moet zijn volbracht;
  20. de lijst van bescheiden, welke aan de vervoerder zijn overhandigd.
  21. De partijen kunnen in de vrachtbrief iedere andere aanduiding, welke zij nuttig achten, opnemen.

 

Artikel 7

  1. De afzender is aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke door de vervoerder worden geleden tengevolge van de onnauwkeurigheid of de onvolledigheid:
  2. van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, eerste lid onder b), d), e), f), g), h) en j);
  3. van de aanduidingen, aangegeven in artikel 6, tweede lid;
  4. van alle andere aanduidingen of instructies, welke hij verstrekt voor het opmaken van de vrachtbrief of om daarin te worden opgenomen.
  5. Indien de vervoerder op verzoek van de afzender de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, in de vrachtbrief opneemt, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht voor rekening van de afzender te handelen.
  6. Indien de vrachtbrief niet de vermelding, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder k), bevat, is de vervoerder aansprakelijk voor alle kosten en schaden, welke de rechthebbende op de goederen door deze nalatigheid lijdt.

 

Artikel 8

  1. Bij de inontvangstneming der goederen is de vervoerder gehouden te onderzoeken:
  2. de juistheid van de vermeldingen in de vrachtbrief met betrekking tot het aantal colli en hun merken en nummers;
  3. de uiterlijke staat van de goederen en hun verpakking.
  4. Indien de vervoerder geen redelijke middelen ter beschikking staan om de juistheid van de vermeldingen, bedoeld in het eerste lid onder a) van dit artikel, te onderzoeken, tekent hij in de vrachtbrief met redenen omkleed aan, welke voorbehouden hij maakt. Eveneens geeft hij de redenen aan voor alle voorbehouden, welke hij maakt ten aanzien van de uiterlijke staat van de goederen en van hun verpakking. Deze voorbehouden verbinden de afzender niet, indien zij niet uitdrukkelijk in de vrachtbrief door hem zijn aanvaard.
  5. De afzender heeft het recht te eisen, dat de vervoerder het brutogewicht of de op andere wijze uitgedrukte hoeveelheid der goederen onderzoekt. Hij kan tevens een onderzoek van de inhoud der colli eisen. De vervoerder kan de kosten van het onderzoek in rekening brengen. Het resultaat van de onderzoekingen wordt in de vrachtbrief neergelegd.

 

Artikel 9

  1. De vrachtbrief levert volledig bewijs, behoudens tegenbewijs, van de voorwaarden der overeenkomst en van de ontvangst van de goederen door de vervoerder.
  2. Bij gebreke van vermelding in de vrachtbrief van gemotiveerde voorbehouden van de vervoerder wordt vermoed, dat de goederen en hun verpakking in uiterlijk goede staat waren op het ogenblik van de inontvangstneming door de vervoerder en dat het aantal colli en hun merken en nummers in overeenstemming waren met de opgaven in de vrachtbrief.

 

Artikel 10

De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen, tenzij de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt.

 

Artikel 11

  1. Ter voldoening aan douane- en andere formaliteiten, welke vóór de aflevering van de goederenmoeten worden vervuld, moet de afzender de nodige bescheiden bij de vrachtbrief voegen of ter beschikking van de vervoerder stellen en hem alle gewenste inlichtingen verschaffen.
  2. De vervoerder is niet gehouden de nauwkeurigheid en de volledigheid van deze bescheiden en inlichtingen te onderzoeken. De afzender is jegens de vervoerder aansprakelijk voor alle schaden, die kunnen voortspruiten uit de afwezigheid, onvolledigheid of onregelmatigheid van deze bescheiden en inlichtingen, behoudens ingeval van schuld van de vervoerder.
  3. De vervoerder is op dezelfde voet als een commissionair aansprakelijk voor de gevolgen van verlies of onjuiste behandeling van de bescheiden, die in de vrachtbrief zijn vermeld en deze begeleiden of in zijn handen zijn gesteld. De door hem verschuldigde schadevergoeding mag evenwel die, verschuldigd in geval van verlies van de goederen, niet overschrijden.

 

Artikel 12

  1. De afzender heeft het recht over de goederen te beschikken, in het bijzonder door van de vervoerder te vorderen dat hij het vervoer ophoudt, de plaats bestemd voor de aflevering der goederen wijzigt of de goederen aflevert aan een andere geadresseerde dan in de vrachtbrief is aangegeven.
  2. Dit recht vervalt, wanneer het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan de geadresseerde is overhandigd of wanneer deze gebruik maakt van het recht bedoeld in artikel 13, eerste lid; vanaf dat ogenblik moet de vervoerder zich houden aan de opdrachten van de geadresseerde.
  3. Het beschikkingsrecht komt evenwel reeds vanaf het opmaken van de vrachtbrief aan de geadresseerde toe, wanneer een vermelding in die zin door de afzender op de vrachtbrief is gesteld.
  4. Indien de geadresseerde bij de uitoefening van zijn beschikkingsrecht bepaalt, dat de goederen aan een andere persoon moeten worden afgeleverd, kan deze persoon geen andere geadresseerde aanwijzen.
  5. De uitoefening van het beschikkingsrecht is onderworpen aan de volgende voorwaarden:
  6. de afzender of, in het geval bedoeld in het derde lid van dit artikel, de geadresseerde, die dit recht wenst uit te oefenen, moet het eerste exemplaar van de vrachtbrief, waarop de aan de vervoerder gegeven nieuwe instructies moeten zijn aangetekend, overleggen en de vervoerder schadeloos stellen voor kosten en schade die de uitvoering van deze instructies meebrengt;
  7. de uitvoering van deze instructies moet mogelijk zijn op het ogenblik, dat de instructies de persoon, die deze moet uitvoeren, bereiken en zij mag noch de normale bedrijfsvoering van de vervoerder beletten noch schade toebrengen aan afzenders of geadresseerden van andere zendingen;
  8. de instructies mogen nimmer het verdelen van de zending tot gevolg hebben.
  9. Wanneer de vervoerder tengevolge van de bepalingen van het vijfde lid onder b. van dit artikel de instructies, die hij ontvangt, niet kan uitvoeren, moet hij onmiddellijk de persoon, van wie deze instructies afkomstig zijn, daarvan in kennis stellen.
  10. De vervoerder, die de volgens de voorwaarden van dit artikel gegeven instructies niet heeft uitgevoerd of die dergelijke instructies heeft opgevolgd zonder overlegging van het eerste exemplaar van de vrachtbrief te hebben geëist, is tegenover de rechthebbende aansprakelijk voor de hierdoor veroorzaakte schade.

 

Artikel 13

  1. Na aankomst van de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, heeft de geadresseerde het recht van de vervoerder te vorderen dat het tweede exemplaar van de vrachtbrief aan hem wordt overhandigd en de goederen aan hem worden afgeleverd, één en ander tegen ontvangstbewijs. Wanneer verlies van de goederen is vastgesteld of de goederen aan het einde van de termijn, bedoeld in artikel 19, niet zijn aangekomen, is de geadresseerde gerechtigd om op eigen naam tegenover de vervoerder gebruik te maken van de rechten, die uit de vervoerovereenkomst voortspruiten.
  2. De geadresseerde, die gebruik maakt van de rechten, die hem ingevolge het eerste lid van dit artikel zijn toegekend, is gehouden de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen te betalen. In geval van geschil terzake is de vervoerder niet verplicht om de goederen af te leveren dan tegen zekerheidstelling door de geadresseerde.

 

Artikel 14

  1. Indien, om welke reden ook, de uitvoering van de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief onmogelijk is of wordt voordat de goederen op de plaats bestemd voor de aflevering, zijn aangekomen, is de vervoerder gehouden instructies te vragen aan de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken.
  2. Indien evenwel de omstandigheden de uitvoering van het vervoer toelaten op andere voorwaarden dan die van de vrachtbrief en indien de vervoerder niet tijdig instructies heeft kunnen verkrijgen van de persoon, die het recht heeft overeenkomstig artikel 12 over de goederen te beschikken, neemt hij de maatregelen, welke hem het beste voorkomen in het belang van de persoon, die het recht heeft over de goederen te beschikken.

 

Artikel 15

  1. Wanneer na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming zich omstandigheden voordoen die de aflevering beletten, vraagt de vervoerder instructies aan de afzender. Indien de geadresseerde de goederen weigert, heeft de afzender het recht om daarover te beschikken zonder verplicht te zijn het eerste exemplaar van de vrachtbrief te tonen.
  2. De geadresseerde kan, zelfs indien hij de goederen heeft geweigerd, te allen tijde de aflevering daarvan vragen, zolang de vervoerder geen andersluidende instructies van de afzender heeft ontvangen.
  3. Indien een omstandigheid, die de aflevering belet, zich voordoet, nadat de geadresseerde overeenkomstig zijn recht ingevolge artikel 12, derde lid, opdracht heeft gegeven om de goederen

aan een andere persoon af te leveren, treedt voor de toepassing van het eerste en tweede lid van  dit artikel de geadresseerde in de plaats van de afzender en die andere persoon in de plaats van de geadresseerde.

 

Artikel 16

  1. De vervoerder heeft recht op vergoeding van de kosten, welke zijn verzoek om instructies of de uitvoering van ontvangen instructies voor hem meebrengt, mits deze kosten niet door zijn schuld zijn ontstaan.
  2. In de gevallen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en in artikel 15, kan de vervoerder de goederen onmiddellijk voor rekening van de rechthebbende lossen; na deze lossing wordt het vervoer geacht te zijn geëindigd. De vervoerder neemt dan de bewaring van de goederen op zich. Hij kan de goederen evenwel aan een derde toevertrouwen en is dan slechts aansprakelijk voor een oordeelkundige keuze van deze derde. De goederen blijven belast met volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en alle andere kosten.
  3. De vervoerder kan zonder instructies van de rechthebbende af te wachten tot verkoop van de goederen overgaan, wanneer de bederfelijke aard of de staat van de goederen dit rechtvaardigt of wanneer de kosten van bewaring onevenredig hoog zijn in verhouding tot de waarde van de goederen. In andere gevallen kan hij eveneens tot verkoop overgaan, wanneer hij niet binnen een redelijke termijn van de rechthebbende andersluidende instructies heeft ontvangen, waarvan de uitvoering redelijkerwijs kan worden gevorderd.
  4. Indien de goederen ingevolge dit artikel zijn verkocht, moet de opbrengst van de verkoop ter beschikking van de rechthebbende worden gesteld onder aftrek van de kosten, die op de goederen drukken. Indien deze kosten de opbrengst van de verkoop te boven gaan, heeft de vervoerder recht op het verschil.
  5. De verkoop geschiedt op de wijze bepaald door de wet of de gebruiken van de plaats, waar de goederen zich bevinden.

 

Hoofdstuk IV

Aansprakelijkheid van de vervoerder

 

Artikel 17

  1. De vervoerder is aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.
  2. De vervoerder is ontheven van deze aansprakelijkheid, indien het verlies, de beschadiging of de vertraging is veroorzaakt door schuld van de rechthebbende, door een opdracht van deze, welke niet het gevolg is van schuld van de vervoerder, door een eigen gebrek van de goederen of door omstandigheden, die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen.
  3. De vervoerder kan zich niet aan zijn aansprakelijkheid onttrekken door een beroep te doen op gebreken van het voertuig, waarvan hij zich bedient om het vervoer te bewerkstelligen, of op fouten van de persoon, van wie hij het voertuig heeft gehuurd of van diens ondergeschikten.
  4. Met inachtneming van artikel 18, tweede tot vijfde lid, is de vervoerder ontheven van zijn aansprakelijkheid, wanneer het verlies of de beschadiging een gevolg is van de bijzondere gevaren, eigen aan één of meer van de volgende omstandigheden:
  5. gebruik van open en niet met een dekzeil afgedekte voertuigen, wanneer dit gebruik uitdrukkelijk is overeengekomen en in de vrachtbrief is vermeld;
  6. ontbreken of gebrekkigheid van de verpakking bij goederen, die door hun aard aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld, wanneer zij niet of slecht verpakt zijn;
  7. behandeling, lading, stuwing of lossing van de goederen door de afzender, de geadresseerde of personen, die voor rekening van de afzender of de geadresseerde handelen;
  8. de aard van bepaalde goederen, die door met deze aard zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld hetzij aan geheel of gedeeltelijk verlies hetzij aan beschadiging, in het bijzonder door breuk, roest, bederf, uitdroging, lekkage, normaal kwaliteitsverlies, of optreden van ongedierte en knaagdieren;
  9. onvolledigheid of gebrekkigheid van de merken of nummers der colli;
  10. vervoer van levende dieren.
  11. Indien ingevolge dit artikel de vervoerder niet aansprakelijk is voor sommige der factoren, die de schade hebben veroorzaakt, is hij slechts aansprakelijk in evenredigheid tot de mate, waarin de factoren waarvoor hij ingevolge dit artikel aansprakelijk is, tot de schade hebben bijgedragen.

 

Artikel 18

  1. Het bewijs, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging door één der in artikel 17, tweede lid, genoemde feiten is veroorzaakt, rust op de vervoerder.

2 Wanneer de vervoerder aantoont, dat, gelet op de omstandigheden van het geval, het verlies of de beschadiging een gevolg heeft kunnen zijn van een of meer van de in artikel 17, vierde lid, genoemde bijzondere gevaren, wordt vermoed dat deze daarvan de oorzaak zijn. De rechthebbende kan evenwel bewijzen, dat de schade geheel of gedeeltelijk niet door een van deze gevaren veroorzaakt is.

  1. Het hierboven genoemde vermoeden bestaat niet in het in artikel 17, vierde lid, onder a, genoemde geval, indien zich een ongewoon groot tekort of een verlies van colli voordoet.
  2. Indien het vervoer wordt bewerkstelligd door middel van een voertuig, ingericht om de goederen te onttrekken aan de invloed van hitte, koude, temperatuurverschillen of vochtigheid van de lucht, kan de vervoerder geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder d, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen met betrekking tot de keuze, het onderhoud en het gebruik van deze inrichtingen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.
  3. De vervoerder kan geen beroep doen op het voorrecht van artikel 17, vierde lid, onder f, tenzij hij bewijst, dat alle maatregelen, waartoe hij normaliter, rekening houdende met de omstandigheden, verplicht was, zijn genomen en dat hij zich heeft gericht naar de bijzondere instructies, die hem mochten zijn gegeven.

 

Artikel 19

Er is vertraging in de aflevering, wanneer de goederen niet zijn afgeleverd binnen de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, wanneer de werkelijke duur van het vervoer, zo men rekening houdt met de omstandigheden en met name, bij gedeeltelijke lading, met de tijd benodigd voor het verkrijgen van een volledige lading op de gebruikelijke voorwaarden, meer tijd vergt dan een goed vervoerder redelijkerwijs behoort te worden

toegestaan.

 

Artikel 20

  1. De rechthebbende kan, zonder enig nader bewijs, de goederen als verloren beschouwen, wanneer zij niet zijn afgeleverd binnen dertig dagen na afloop van de bedongen termijn, of, bij gebreke van zulk een termijn, binnen zestig dagen na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder.
  2. De rechthebbende kan bij ontvangst van de schadevergoeding voor de verloren goederen schriftelijk verzoeken hem onmiddellijk te berichten ingeval de goederen worden teruggevonden in de loop van het jaar, volgende op de betaling der schadevergoeding. Dit verzoek wordt hem schriftelijk bevestigd.
  3. Binnen dertig dagen na ontvangst van dit bericht kan de rechthebbende vorderen, dat de goederen aan hem worden afgeleverd tegen betaling van de volgens de vrachtbrief verschuldigde bedragen en tegen teruggave van de schadevergoeding, die hij heeft ontvangen, onder aftrek van de kosten, welke in deze schadevergoeding mochten zijn begrepen, en met behoud van alle rechten op schadevergoeding voor vertraging in de aflevering ingevolge artikel 23 en, indien toepasselijk, ingevolge artikel 26.
  4. Bij gebreke hetzij van het verzoek, bedoeld in het tweede lid, hetzij van instructies gegeven binnen de termijn van dertig dagen, bedoeld in het derde lid, of ook, indien de goederen eerst meer dan een jaar na betaling van de schadevergoeding zijn teruggevonden, kan de vervoerder over de goederen beschikken overeenkomstig de wet van de plaats, waar deze zich bevinden.

 

Artikel 21

Indien de goederen aan de geadresseerde zijn afgeleverd zonder inning van het remboursement, dat door de vervoerder volgens de bepalingen van de vervoerovereenkomst zou moeten zijn ontvangen, is de vervoerder gehouden de afzender schadeloos te stellen tot ten hoogste het bedrag van het remboursement, onverminderd zijn verhaal op de geadresseerde.

 

Artikel 22

  1. Indien de afzender aan de vervoerder gevaarlijke goederen aanbiedt, licht hij hem in over de juiste aard van het gevaar, dat zij opleveren, en geeft hij, zo nodig, de te nemen voorzorgsmaatregelen aan. Indien deze

inlichting niet in de vrachtbrief is vermeld, staat het aan de afzender of de geadresseerde vrij met enig ander middel te bewijzen, dat de vervoerder kennis heeft gedragen van de juiste aard van het gevaar, dat het vervoer van de voornoemde goederen opleverde.

  1. De gevaarlijke goederen, die niet, gegeven het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, als zodanig aan de vervoerder bekend waren, kunnen op ieder ogenblik en op iedere plaats door de vervoerder worden gelost, vernietigd of onschadelijk gemaakt en wel zonder enige schade- vergoeding; de afzender is bovendien aansprakelijk voor alle kosten en schaden, voortvloeiende uit de aanbieding ten vervoer of uit het vervoer zelf.

 

Artikel 23

  1. Wanneer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag een schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen ten laste van de vervoerder wordt gebracht, wordt deze schadevergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van de inontvangstneming.
  2. De waarde van de goederen wordt vastgesteld volgens de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van een en ander, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit.
  3. De schadevergoeding kan evenwel niet meer bedragen dan 8,33 rekeneen-heden voor elk ontbrekend kilogram bruto-gewicht.
  4. Bovendien worden de vrachtprijs, de douanerechten en de overige met betrekking tot het vervoer der goederen gemaakte kosten, in geval van geheel verlies volledig en in geval van gedeeltelijk verlies naar verhouding, terugbetaald; verdere schadevergoeding is niet verschuldigd.
  5. In geval van vertraging is, indien de rechthebbende bewijst, dat daardoor schade is ontstaan, de vervoerder gehouden voor deze schade een vergoeding te betalen, die niet meer kan bedragen dan de vrachtprijs.
  6. Hogere vergoedingen kunnen slechts worden gevorderd in geval van aangifte van de waarde der goederen of van een bijzonder belang bij de aflevering, overeenkomstig de artikelen 24 en 26.
  7. De in dit Verdrag genoemde rekeneenheid is het bijzondere trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. Het in het derde lid van dit artikel genoemde bedrag wordt omgerekend in de nationale munteenheid van de Staat van het gerecht, waarvoor de

vordering aanhangig is, volgens de waarde van die munteenheid op de datum van het vonnis of de datum, die de Partijen zijn overeengekomen. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een Staat die lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend overeenkomstig de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de desbetreffende datum wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een Staat, die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend op een door die Staat vastgestelde wijze.

  1. Niettemin kan een Staat, die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds en waarvan de wet de toepassing van de bepalingen van het zevende lid van dit artikel niet toelaat, op het tijdstip van bekrachtiging van of toetreding tot het Protocol bij het CMR, of op enig tijdstip nadien, verklaren dat de in het derde lid van dit artikel bedoelde aansprakelijkheidsgrens, die op zijn grondgebied van toepassing is, 25 monetaire eenheden bedraagt. De in dit lid bedoelde monetaire eenheid komt overeen met 10/31 gram goud van een gehalte van 0,900. De omrekening van het in dit lid genoemde bedrag in de nationale munteenheid geschiedt volgens de wet van de betrokken Staat.
  2. De in de laatste zin van het zevende lid van dit artikel genoemde berekening en de in het achtste lid van dit artikel genoemde omrekening geschieden op zodanige wijze, dat in de nationale munteenheid van de Staat zo veel mogelijk dezelfde werkelijke waarde tot uitdrukking komt voor het bedrag genoemd in het derde lid van dit artikel, als daarin uitgedrukt in rekeneenheden. Bij nederlegging van een in artikel 3 van het Protocol bij het CMR genoemde akte en telkens wanneer een verandering optreedt in hun wijze van berekening ingevolge het zevende lid van dit artikel of in het resultaat van de omrekening ingevolge het achtste lid van dit artikel, delen de Staten de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties hun wijze van berekening dan wel het resultaat van de omrekening mede.

 

Artikel 24

De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag in de vrachtbrief een waarde van de goederen aangeven, die het maximum, vermeld in het derde lid van artikel 23, overschrijdt. In dat geval treedt het aangegeven bedrag in de plaats van dit maximum.

 

Artikel 25

  1. In geval van beschadiging vergoedt de vervoerder het bedrag van de waardevermindering, berekend naar de volgens artikel 23, eerste, tweede en vierde lid vastgestelde waarde der goederen.
  2. De schadevergoeding beloopt evenwel niet meer dan de volgende bedragen:
  3. indien de gehele zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van geheel verlies;
  4. indien slechts een gedeelte van de zending door de beschadiging in waarde is verminderd, het bedrag, dat zij zou hebben belopen in geval van verlies van het in waarde verminderd gedeelte.

 

Artikel 26

  1. De afzender kan tegen betaling van een overeengekomen toeslag het bedrag van een bijzonder belang bij de aflevering voor het geval van verlies of beschadiging en voor dat van overschrijding van de overeengekomen termijn, vaststellen door vermelding van dit bedrag in de vrachtbrief.
  2. Indien een bijzonder belang bij de aflevering is aangegeven, kan, onafhankelijk van de schadevergoedingen, bedoeld in de artikel 23, 24 en 25, en tot ten hoogste het bedrag van het aangegeven belang, een schadevergoeding worden gevorderd gelijk aan de bewezen bijkomende schade.

 

Artikel 27

  1. De rechthebbende kan over het bedrag der schadevergoeding rente vorderen. Deze rente, ten bedrage van vijf procent per jaar, loopt vanaf de dag waarop de vordering schriftelijk bij de vervoerder is ingediend of, indien dit niet is geschied, vanaf de dag waarop zij in rechte aanhangig is gemaakt.
  2. Wanneer de bedragen, die tot grondslag voor de berekening der schadevergoeding dienen, niet zijn uitgedrukt in de munt van het land, waar de betaling wordt gevorderd, geschiedt de omrekening volgens de koers van de dag en de plaats van betaling der schadevergoeding.

 

Artikel 28

  1. Wanneer het verlies, de beschadiging of de vertraging, ontstaan in de loop van een aan dit Verdrag onderworpen vervoer, volgens de toepasselijke wet kan leiden tot een vordering, die niet op de vervoerovereenkomst is gegrond, kan de vervoerder zich beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoedingen vaststellen of beperken.
  2. Wanneer de niet op de vervoerovereenkomst berustende aansprakelijkheid voor verlies, beschadiging of vertraging, van één der personen voor wie de vervoerder ingevolge artikel 3 aansprakelijk is, in het geding is, kan deze persoon zich eveneens beroepen op de bepalingen van dit Verdrag, die de aansprakelijkheid van de vervoerder uitsluiten of de verschuldigde schade-vergoedingen vaststellen of beperken.

 

Artikel 29

  1. De vervoerder heeft niet het recht om zich te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken of die de bewijslast omkeren, indien de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld zijnerzijds, welke volgens de wet van het gerecht, waar de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt.
  2. Hetzelfde geldt bij opzet of schuld van de ondergeschikten van de vervoerder of van alle andere personen, van wier diensten hij voor de bewerkstelliging van het vervoer gebruik maakt, wanneer deze ondergeschikten of deze andere personen handelen in de uit-oefening van hun werkzaamheden. In dat geval hebben deze ondergeschikten of andere personen eveneens niet het recht om zich, voor wat hun persoonlijke aansprakelijkheid betreft, te beroepen op de bepalingen van dit hoofdstuk, als omschreven in het eerste lid.

 

Hoofdstuk V

Vorderingen in en buiten rechte

 

Artikel 30

  1. Indien de geadresseerde de goederen in ontvangst heeft genomen zonder dat hij ten overstaan van de vervoerder de staat daarvan heeft vastgesteld of zonder dat hij, indien het zichtbare verliezen of beschadigingen betreft, uiterlijk op het ogenblik van de aflevering, of, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, binnen zeven dagen na de aflevering, zon- en feestdagen niet inbegrepen, voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht, waarin de algemene aard van het verlies of de beschadiging is aangegeven, wordt hij behoudens tegenbewijs geacht de goederen te hebben ontvangen in de staat als omschreven in de vrachtbrief. De bovenbedoelde voorbehouden moeten, indien het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft, schriftelijk worden gemaakt.
  2. Wanneer de staat van de goederen door de geadresseerde ten overstaan van de vervoerder is vastgesteld, is geen tegenbewijs tegen het resultaat van deze vaststelling toegelaten, tenzij het onzichtbare verliezen of beschadigingen betreft en de geadresseerde schriftelijke voorbehouden ter kennis van de vervoerder heeft gebracht binnen zeven dagen, zon- en feestdagen niet inbegrepen, na deze vaststelling.
  3. Bij vertraging in de aflevering is schadevergoeding alleen verschuldigd, indien binnen een termijn van 21 dagen nadat de goederen ter beschikking van de geadresseerde zijn gesteld, een schriftelijk voorbehoud ter kennis van de vervoerder is gebracht.
  4. Bij het bepalen van de termijnen ingevolge dit artikel wordt de datum van aflevering of, al naar het geval, de datum van vaststelling of die van terbeschikkingstelling niet meegerekend.
  5. De vervoerder en de geadresseerde verlenen elkaar alle redelijke faciliteiten voor de nodige vaststellingen en onderzoekingen.

 

Artikel 31

  1. Alle rechtsgedingen, waartoe het aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, kunnen door de eiser behalve voor de gerechten van de bij dit Verdrag partij zijnde landen, bij beding tussen partijen aangewezen, worden gebracht voor de gerechten van het land op het grondgebied waarvan:
  2. de gedaagde zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten, of
  3. de plaats van inontvangstneming der goederen of de plaats bestemd voor de aflevering der goederen, is gelegen; zij kunnen voor geen andere gerechten worden gebracht.
  4. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een vordering aanhangig is voor een volgens dat lid bevoegd gerecht, of wanneer in een zodanig geding door een zodanig gerecht een uitspraak is gedaan, kan geen nieuwe vordering omtrent hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen worden ingesteld, tenzij de uitspraak van het gerecht, waarvoor de eerste vordering aanhangig is gemaakt, niet vatbaar is voor tenuitvoerlegging in het land, waarin de nieuwe vordering wordt ingesteld.
  5. Wanneer in een rechtsgeding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, een uitspraak, gedaan door een gerecht van een bij het Verdrag partij zijnd land, in dat land uitvoerbaar is geworden, wordt zij eveneens uitvoerbaar in elk ander bij het Verdrag partij zijnd land, zodra de aldaar terzake voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld. Deze formaliteiten kunnen geen hernieuwde behandeling van de zaak meebrengen.
  6. De bepalingen van het derde lid van dit artikel zijn van toepassing op uitspraken op tegenspraak gewezen, op uitspraken bij verstek en op schikkingen, aangegaan ten overstaan van de rechter, maar zij zijn niet van toepassing op uitspraken die slechts bij voorraad uitvoerbaar zijn, noch op veroordelingen tot vergoeding van schaden en interessen, welke boven de kosten zijn uitgesproken tegen een eiser wegens de gehele of gedeeltelijke afwijzing van zijn vordering.
  7. Van onderdanen van bij het Verdrag partij zijnde landen, die hun woonplaats of een bedrijf hebben in een van deze landen, kan geen zekerheidstelling voor de betaling der proceskosten worden gevorderd in rechtsgedingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft.

 

Artikel 32

  1. De rechtsvorderingen, waartoe een aan dit Verdrag onderworpen vervoer aanleiding geeft, verjaren door verloop van een jaar. In geval van opzet of van schuld, welke volgens de wet van het gerecht, waarvoor de vordering aanhangig is, met opzet gelijkgesteld wordt, is de verjaringstermijn drie jaar. De verjaring loopt:
  2. in geval van gedeeltelijk verlies, beschadiging of vertraging, vanaf de dag, waarop de goederen zijn afgeleverd;
  3. in geval van volledig verlies, vanaf de dertigste dag na afloop van de bedongen termijn of, bij gebreke van zulk een termijn, vanaf de zestigste dag na de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder;
  4. in alle andere gevallen, na afloop van een termijn van drie maanden na de sluiting der vervoerovereenkomst. De hierboven als begin van de verjaring aangegeven dag wordt niet begrepen in de verjaringstermijn.
  5. Een schriftelijke vordering schorst de verjaring tot aan de dag, waarop de vervoerder de vordering schriftelijk afwijst en de daarbij gevoegde stukken terugzendt. In geval van gedeeltelijke aanvaarding van de vordering hervat de verjaring haar loop alleen voor het deel van de vordering, dat betwist blijft. Het bewijs van ontvangst van de vordering of van het antwoord en van het terugzenden der stukken rust op de partij, die dit feit inroept. Verdere, op hetzelfde onderwerp betrekking hebbende vorderingen schorsen de verjaring niet.
  6. Met inachtneming van de bepalingen van het tweede lid, wordt de schorsing van de verjaring beheerst door de wet van het gerecht waarvoor de zaak aanhangig is. Hetzelfde geldt voor de stuiting van de verjaring.
  7. Een verjaarde vordering kan ook niet meer in de vorm van een vordering in reconventie of van een exceptie worden geldend gemaakt.

 

Artikel 33

De vervoerovereenkomst kan een bepaling bevatten inzake het toekennen van bevoegdheid aan een scheidsgerecht, mits deze bepaling inhoudt, dat het scheidsgerecht dit Verdrag zal toepassen.

 

Hoofdstuk VI

Bepalingen nopens vervoer verricht door opvolgende vervoerders

 

Artikel 34

Indien een vervoer, onderworpen aan één enkele overeenkomst, wordt bewerkstelligd door opvolgende wegvervoerders, worden de tweede en ieder van de volgende vervoerders door inontvangstneming van de goederen en van de vrachtbrief partij bij de overeenkomst op de voorwaarden van de vrachtbrief en wordt ieder van hen aansprakelijk voor de bewerkstelliging van het gehele vervoer.

 

Artikel 35

  1. De vervoerder, die de goederen van de voorafgaande vervoerder in ontvangst neemt, overhandigt hem een gedateerd en ondertekend ontvangstbewijs. Hij moet zijn naam en adres op het tweede exemplaar van de vrachtbrief vermelden. Indien daartoe aanleiding is, tekent hij op dat exemplaar alsmede op het ontvangstbewijs soortgelijke voorbehouden aan als die, bedoeld in artikel 8, tweede lid.
  2. De bepalingen van artikel 9 zijn op de betrekkingen tussen opvolgende vervoerders van toepassing.

 

Artikel 36

Behoudens in het geval van een eis in reconventie of van een exceptie, opgeworpen in een rechtsgeding inzake een eis, welke is gebaseerd op dezelfde vervoerovereenkomst, kan de vordering tot aansprakelijkstelling voor verlies, beschadiging of vertraging slechts worden gericht tegen de eerste vervoerder, de laatste vervoerder of de vervoerder, die het deel van het vervoer bewerkstelligde, gedurende hetwelk het feit, dat het verlies, de beschadiging of de vertraging heeft veroorzaakt, zich heeft voorgedaan; de vordering kan tegelijkertijd tegen verschillende van deze vervoerders worden ingesteld.

 

Artikel 37

De vervoerder, die een schadevergoeding heeft betaald uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, heeft recht van verhaal voor de hoofdsom, rente en kosten tegen de vervoerders, die aan de uitvoering van de vervoerovereenkomst hebben deelgenomen, overeenkomstig de volgende bepalingen:

  1. de vervoerder, door wiens toedoen de schade is veroorzaakt, draagt de schadevergoeding alleen, onverschillig of deze door hemzelf of door een andere vervoerder is betaald;
  2. wanneer de schade is veroorzaakt door toedoen van twee of meer vervoerders, moet ieder van hen een bedrag betalen in verhouding tot zijn deel van de aansprakelijkheid; indien begroting van de delen der aansprakelijkheid niet mogelijk is, is ieder van hen aansprakelijk in verhouding tot het hem toekomende deel van de beloning voor het vervoer.
  3. indien niet kan worden vastgesteld, aan wie van de vervoerders de aansprakelijkheid moet worden toegerekend, wordt het bedrag van de schadevergoeding verdeeld tussen alle vervoerders, in de verhouding bepaald onder b).

 

Artikel 38

Indien één van de vervoerders insolvent is, wordt het door hem verschuldigde deel, dat hij niet heeft betaald, tussen alle andere vervoerders verdeeld in verhouding tot hun beloning.

 

Artikel 39

  1. De vervoerder, op wie verhaal wordt uitgeoefend ingevolge de artikelen 37 en 38, is niet gerechtigd de gegrondheid van de betaling door de vervoerder, die het verhaal uitoefent, te betwisten, wanneer de schadevergoeding is vastgesteld bij rechterlijke uitspraak, mits hij behoorlijk van het rechtsgeding in kennis is gesteld en hij gelegenheid heeft gehad om daarin zich te voegen of tussen te komen.
  2. De vervoerder, die verhaal wil uitoefenen, kan zulks doen voor het bevoegde gerecht van het land, waarin één van de betrokken vervoerders zijn gewone verblijfplaats, zijn hoofdzetel of het filiaal of agentschap heeft, door bemiddeling waarvan de vervoerovereenkomst is gesloten. Het verhaal kan in een en hetzelfde geding tegen alle betrokken vervoerders worden gericht.
  3. De bepalingen van artikel 31, derde en vierde lid, zijn van toepassing op rechterlijke uitspraken, gegeven terzake van het verhaal ingevolge de artikelen 37 en 38.
  4. De bepalingen van artikel 32 zijn van toepassing op het verhaal tussen vervoerders. De verjaring loopt evenwel hetzij vanaf de dag van een rechterlijke einduitspraak tot vaststelling van de ingevolge de bepalingen van dit Verdrag te betalen schadevergoeding hetzij, bij gebreke van zulk een uitspraak, vanaf de dag waarop de betaling is geschied.

 

Artikel 40

De vervoerders kunnen onderling een van de artikelen 37 en 38 afwijkende regeling bedingen.

 

Hoofdstuk VII

Nietigheid van bedingen in strijd met het Verdrag

 

Artikel 41

  1. Behoudens de bepalingen van artikel 40 is nietig ieder beding, dat middellijk of onmiddellijk afwijkt van de bepalingen van dit Verdrag. De nietigheid van dergelijke bedingen heeft niet de nietigheid van de overige bepalingen van de overeenkomst tot gevolg.
  2. In het bijzonder is nietig ieder beding, door hetwelk de vervoerder zich de rechten uit de verzekering der goederen laat overdragen of ieder ander beding van dergelijke strekking, evenals ieder beding, dat de bewijslast verplaatst.

Hoofdstuk VIII

Slotbepalingen

 

Artikel 42

  1. Dit Verdrag staat open voor ondertekening of toetreding door landen die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa en landen, die overeen-komstig paragraaf 8 van het mandaat van deze Commissie met raadgevende stem tot de Commissie zijn toegelaten.
  2. De landen, die overeenkomstig paragraaf 11 van het mandaat van deze Commissie aan zekere

werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa kunnen deelnemen, kunnen partij bij dit Verdrag worden door toetreding na de inwerkingtreding.

  1. Het Verdrag zal voor ondertekening openstaan tot en met 31 augustus 1956. Na deze datum zal het openstaan voor toetreding.
  2. Dit Verdrag zal worden bekrachtigd.
  3. Bekrachtiging of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

 

Artikel 43

  1. Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag, nadat vijf landen, als bedoeld in het eerste lid van artikel 42, hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.
  2. Voor ieder land, dat het Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt, nadat vijf landen hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding door het genoemde land.

 

Artikel 44

  1. Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een tot de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
  2. De opzegging heeft rechtsgevolg twaalf maanden na de datum, waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

 

Artikel 45

Indien na de inwerkingtreding van dit Verdrag het aantal Verdragsluitende Partijen tengevolge van opzeggingen is teruggebracht tot minder dan vijf, houdt de werking van dit Verdrag op van de datum af, waarop de laatste opzegging rechtsgevolg heeft.

 

Artikel 46

  1. Ieder land kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding of te eniger tijd daarna, doormiddel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of een deel van de gebieden, welker internationale betrekkingen het behartigt. Het Verdrag is op het gebied of de gebieden, vermeld in de kennisgeving, van toepassing met ingang van de negentigste dag na de ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal of, indien het Verdrag op die datum nog niet in werking is getreden, met ingang van de dag der inwerkingtreding.
  2. Ieder land, dat overeenkomstig het vorige lid een verklaring heeft afgelegd, waardoor dit Verdrag van toepassing wordt op een gebied, welks internationale betrekkingen het behartigt, kan overeenkomstig artikel 44 het Verdrag, voor wat dat gebied betreft, opzeggen.

 

Artikel 47

Ieder geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen betreffende de uitleg of de toepassing van dit Verdrag, dat de Partijen niet door middel van onderhandelingen of door andere middelen hebben kunnen regelen, kan op verzoek van één der betrokken Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het

Internationale Gerechtshof.

 

Artikel 48

  1. Iedere Verdragsluitende Partij kan op het tijdstip, waarop zij dit Verdrag ondertekent of bekrachtigt of ertoe toetreedt, verklaren dat zij zich niet door artikel 47 van het Verdrag gebonden acht. De andere Verdragsluitende Partijen zijn niet door artikel 47 gebonden tegenover een Verdragsluitende Partij, die zulk een voorbehoud heeft gemaakt.
  2. Iedere Verdragsluitende Partij die een voorbehoud overeenkomstig het eerste lid heeft gemaakt, kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
  3. Geen enkel ander voorbehoud ten aanzien van dit Verdrag is toegestaan.

 

Artikel 49

  1. Nadat dit Verdrag gedurende drie jaar in werking is geweest, kan iedere Verdragsluitende Partij door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving de bijeenroeping verzoeken van een conferentie teneinde dit Verdrag te herzien. De Secretaris-Generaal geeft van dit verzoek kennis aan alle Verdragsluitende Partijen en roept een conferentie tot herziening bijeen, indien binnen een termijn van vier maanden na de door hem gedane kennisgeving, ten minste één vierde van de Verdragsluitende Partijen hun instemming met dit verzoek aan hem hebben medegedeeld.
  2. Indien een conferentie wordt bijeengeroepen overeenkomstig het vorige lid, stelt de Secretaris Generaal alle Verdragsluitende Partijen daarvan in kennis en nodigt hij hen uit binnen een termijn van drie maanden voorstellen in te dienen welke zij door de conferentie wensen bestudeerd te zien. De Secretaris-Generaal deelt de voorlopige agenda van de conferentie alsmede de tekst van die voorstellen tenminste drie maanden vóór de openingsdatum van de conferentie aan alle Verdragsluitende Partijen mede.
  3. De Secretaris-Generaal nodigt voor iedere conferentie, bijeengeroepen overeenkomstig dit artikel, alle landen uit, die zijn bedoeld in het eerste lid van artikel 42, alsmede de landen die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42.

 

Artikel 50

Behalve de kennisgevingen ingevolge artikel 49 geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan de in het eerste lid van artikel 42 bedoelde landen, alsmede aan de landen, die partij bij het Verdrag zijn geworden door toepassing van het tweede lid van artikel 42, kennis van:

  1. de bekrachtigingen en toetredingen ingevolge artikel 42;
  2. de data, waarop dit Verdrag in werking treedt overeenkomstig artikel 43;
  3. de opzeggingen ingevolge artikel 44;
  4. het overeenkomstig artikel 45 buiten werking treden van dit Verdrag;
  5. de overeenkomstig artikel 46 ontvangen kennisgevingen;
  6. de overeenkomstig het eerste en tweede lid van artikel 48 ontvangen verklaringen en kennisgevingen.

 

Artikel 51

Na 31 augustus 1956 wordt het origineel van dit Verdrag nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan elke van de in het eerste en tweede lid van artikel 42, bedoelde landen gewaarmerkte afschriften doet toekomen. Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend. Gedaan te Genève, de negentiende mei negentienhonderd zesenvijftig, in een enkel exemplaar in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.